| Wat is er mis met rosé? | |
Rosé anno 2012 Over ‘rosé’ doen er heel wat verhalen de ronde. Mensen houden er ook graag een eigen mening op na over rosé. Het lijkt ons alsof het woord ‘rosé’ op een andere manier wordt uitgesproken als ‘witte wijn’ of ‘rode wijn’. Is er sprake van misplaatst racisme onder wijnkleuren? door Eric Boschman
Hij is populair in Chinese restaurants. Je kan hem met je ogen dicht bestellen, of je nu schotel nr 112 neemt of nr 234, hij zal er wel bij passen. Rosé wordt beschouwd als een wijn die noch vlees, noch vis is. Een ideale keuze voor mensen die niet kunnen beslissen. Men zou hem vaak op de politieke onderhandelingstafel kunnen vinden. De rosé heeft een beetje last van een minder imago, zeg maar.
Maar vanwaar die neerbuigende houding? Het is een complex verhaal. Deels te wijten aan zijn kleur. In principe van blauwe druiven gemaakt en toch transparant. Nochtans, het dense rood dat tegenwoordig zo ruim verspreid is, was ooit anders. De rode wijnen van Bourgogne, om maar een voorbeeld te noemen, waren ook best transparant. Of neem Bordeaux, het bekendste ’wijnmerk’ ter wereld. Enkele eeuwen geleden noemde men hem ‘clairet’ als indicatie van de kleur. Dus ook allerminst zo diep en dens als vandaag. In Oxbridge en heel Engeland trouwens, noemt men hem nog altijd ‘Claret’. De Fransen hebben de naam bewaard, maar ze hebben hem handig doorgeschoven naar hun eigen (vrij donkere) rosé’s van lange maceratie, de Bordeaux Clairet. Tussen ons gezegd en gezwegen: wanneer je de grootste pinot noirs, barolo’s en zelfs sangiovese’s van vandaag tegen het licht houdt, zitten we ook ver van de inktdonkere kleurbommen die de vaste dienst uitmaken in lijstjes van ‘grote proevers’.
Die bedenkingen brengen ons misschien al op een interessanter spoor. Na de oorlog, toen er weinig goede wijn geproduceerd werd en men graag ‘foefelde’ lanceerde men de mode van lichter gekleurde wijn voor dames. Waarom voor dames? Omdat vrouwen van de kleur rosé horen te houden. Vooral rosé die aan het gehemelte bleef plakken richtte men op het zwakke geslacht. Die marketingzet heeft even gewerkt, maar niet lang. Het ging niet om kwaliteitswijn, zodat deze campagne desastreus uitpakte voor het kwaliteitsimago van rosé. Sindsdien leeft bij de indruk dat rosé met gemak behanglijm kan vervangen wanneer men toevallig zonder zit.
Zelf wanneer de grootste namen uit de niet-Europese wijnwereld zich vandaag inlaten met de productie van rosé, blijf de indruk bestaan dat men vooral wijn wil maken die ‘niet mag storen.’ Maar net als in de oude wereld merken we dat men zich snel herpakt: men laat de restsuiker in rosé vaker achterwege.
De stijl van de rosé’s evolueert de laatste tijd inde goede zin. Gelukkig. Neem nu Spanje waar men erg alcoholische en quasi oxydatieve rosé’s maakte. Tegenwoordig vinden we hier levendige, frisse wijnen. In Portugal raakt men de oude stijl rosé enkel nog op de eigen markt met moeite kwijt. De betere, frisse rosé is bestemd voor de export. Eenzelfde plaatje zien we overal in Europa. De Provencaalse wijnbouwers, die zichzelf graag zien als de koningen van de rosé, maakten op zeker ogenblik eender wat, maar produceren nu rijkere, vettere, kruidiger rosé’s, terwijl de andere ze minder zacht maken.
Altijd goedkoop?
Wat opvallend is, is dat rosé-wijnen meestal goedkoop zijn, alsof de klanten onmogelijk bereid zouden zijn enkele euro’s extra op te diepen voor een betere kwaliteit. Dat lijkt mij een punt waaraan dringend dient gewerkt: werken aan een opwaartse kwaliteitsspiraal. Niet bruusk, maar zachtjes, stap na stap, via invloedrijke kanalen, bloggers, kenners. Wanneer er kans bestaat op een tarifaire beloning, zouden producenten gemotiveerd zijn om een trapje hoger te gaan. In dit land stellen sommeliers en restaurateurs (voorlopig vooral in het zuiden) steeds vaker lekkere rosé voor buiten ‘het seizoen’. Nu, voor één keer dat een trend niet uit het noorden, maar uit het zuiden van het land komt, loont het de moeite te gaan grasduinen naar wat daar precies is gebeurd. Wat blijkt? De voorgestelde ‘winterrosé’s’ zijn dikwijls wijnen met een zeker rijpingspotentieel. Misschien helpt ook het feit dat we minder schroom voelen bij een roséfles met schroefdop, want wijnen met schroefdop oxideren niet zo snel.
Wanneer we het over de prijs hebben, is er nog een tegenstrijdigheid. We richten de blik naar de wereld van de schuimwijnen. Rosé mag in de ogen van de consument dus zogezegd niet duur zijn, behalve wanneer hij ‘psssttt’ zegt. Kijk even naar de prijs van een flesje rosé champagne en vergelijk die met zijn witte broer. Wat blijkt? Veel duurder. Nochtans is de kostprijs van een rosé-champagne – in productietermen – niet hoger dan deze van een witte. Ter verdediging kunnen we zeggen dat klasrijke rosé-champagne een extra dimensie krijgt bij een lange rijping sur latte, vooral op het niveau van smaak en palet.
Dus de prijs kan best hoger voor kwaliteitsrosé. Maar uit het voorbeeld van de champagne blijkt nog iets anders: rosé kan perfect ouderen. Het volstaat dat er producenten zijn die daarin hun energie willen steken, liever dan in mooie cuvées die vooral esthetisch onderscheidend zijn.
Samengevat: over rosé bestaan veel misvattingen. Deze wijn kan kwalitatief zijn, kan ouderen en mag wel degelijk iets kosten. Het is een echte wijn die niet te vergelijken is met een andere wijn. Nieuwe inzichten en productiemethoden kunnen bovendien helpen om de huidige trend verder te onderbouwen. Die trend is stijgend en overstijgt de seizoensgrenzen. Sommigen modellen voorspellen een marktaandeel van 30%. Wat we nodig hebben is kwaliteitsrosé. We zijn klaar om hem te ontdekken.
|